Begrijpend Lezen

Begrijpend Lezen

Op onze school werken we met de methode 'Nieuwsbegrip' om Begrijpend Lezen vorm te geven. Daarnaast proberen we op verschillende manieren en bij verschillende vakken leerlingen teksten 'eigen' te laten maken. Begrijpen leerlingen waar een tekst over gaat? Kunnen ze verbanden leggen tussen eigen ervaringen en teksten?

 

Een aanrader voor iedereen is deze stappenkaart van Pica:

Begrijpend luisteren: vragen stellen

 

Met hulp van deze vragenkaart ontwikkelde ik een aantal opdrachtkaartjes die na of tijdens het lezen van een tekst/verhaal gebruikt kunnen worden. De cijfers links bovenin geven aan voor welk 'niveau' de kaartjes geschikt zijn.

Opdrachtkaarten Begrijpend Lezen

 

Ook gebruik ik regelmatig allerlei werkvormen in de klas waarmee begrip bij het lezen bevorderd kan worden:

 

Werkvorm 'vensterruiten':

Deel een tekst of verhaal in drie of vier gedeelten (kan eventueel in meer gedeelten, is erg afhankelijk van de lengte van de tekst). Laat de leerlingen per gedeelte een aantal steekwoorden opschrijven. Aan het einde van het verhaal/de tekst vertellen de leerlingen in tweetallen het verhaal in chronologische volgorde (met behulp van hun vensterruiten) aan elkaar terug.

 

Werkvorm 'woordherkenning':

Schrijf voorafgaand aan het lezen een tiental woorden uit de te lezen tekst op het digibord. Geef de leerlingen een tijd om de woorden uit het hoofd te leren. Na een bepaalde tijd mogen ze de woorden die ze hebben onthouden op een papiertje schrijven. Laat ze het papiertje even wegleggen en laat ze opnieuw de woorden op het bord zien. Laat ze nu hun woordenlijst aanvullen. Met deze werkvorm hebben de leerlingen belangrijke woorden uit een tekst al een aantal keren onder ogen gehad.

 

Werkvorm 'gericht luisteren':

Laat leerlingen tijdens een filmpje aantekeningen maken. Dit kan in de vorm van een woordweb, maar bijvoorbeeld ook als tekening. Stel dat je een filmpje laat zien over 'de mol', dan kunnen ze tijdens het kijken de informatie verwerken (en uiteindelijk beter onthouden) door er actiever mee bezig te zijn dan enkel te kijken en te luisteren. Natuurlijk kan een vraag voorafgaand aan het filmpje ook al een manier zijn om de leerlingen te activeren na te denken tijdens het filmpje.